
Op donderdag 18 maart verzorgde iZovator, het regionale kennis- en innovatieplatform voor de zorgeconomie, een parallel sessie op ICTDelta, het jaarlijkse evenement over de laatste ontwikkelingen in ICT-onderzoek en -innovatie. IZovator presenteerde in deze sessie het project ‘Dutch Health Hub', dat zich tot doel stelt om een generiek platform te creëren voor opslag en distributie van medisch beeldmateriaal.
De opkomst van grootschalige content hubs is een belangrijke internationale ontwikkeling. Een content hub is een soort doorvoerhaven van digitale content. Content die zich razendsnel verspreidt over breedbandinfrastructuren. Een content hub maakt productie, bewerking, exploitatie en distributie van kwalitatief hoogwaardige content mogelijk. Welke rol zal een Dutch Health Hub spelen voor Nederland?
Ard Leferink, projectleider van iZovator gaf aan dat er ten aanzien van beeldopslag een aantal belangrijke trends te zien zijn. Een radiologie afdeling genereert bijvoorbeeld al gauw zo'n 600 GB aan data per maand. En dan hebben we het nog niet over de ‘groeimarkten' oogheelkunde, nucleaire geneeskunde, hartafdelingen, dermatologie en kindergeneeskunde. Hierdoor is de opslag en distributie van data complexer geworden, omdat er geen eenvoudig beheer meer is en er maar de beschikking is over schaarse, zeer specifieke kennis van ‘standaarden'.
Onze cultuur verandert, bijna paradoxaal. Aan de ene kant zijn er trends te zien richting patient empowerment (het is mijn data) maar tegelijkertijd is er sprake van een diepgewortelde angst voor centrale opslag en schending van privacy. De EPD discussie is hier een voorbeeld van. Door de contentgroei is schaalvoordeel echter al snel te behalen. Daarbij verlangt de patiënt meer en meer naar de ‘zelfbeschikking' over beelden. De oplossing hiervoor is de Dutch Health Hub.
Naast de opslag en distributie van medisch beeldmateriaal richt Dutch Health Hub zich ook op het concentreren, vasthouden en vergroten van kennis rondom deze materie. Deze propositie zal vervolgens als een betrouwbare oplossing voor Europa gepositioneerd worden richting het buitenland.
Waar staan we
Op dit moment zijn er diverse gesprekken met ziekenhuizen, patiëntenbelangen, industrie en verzekeraars. Bij deze partijen is veel interesse voor het project. IZovator gaat verder met vooronderzoek en kennisbundeling en het doordenken van businessmodellen.
Gedachtengoed rondom video - Dricus Prins
Dricus Prins (Salesmanager, Cisco Systems) is de tweede spreker in de sessie over The Dutch Health Hub. Hij begint zijn presentatie met een overzicht van situaties waarin videogesprekken toegepast worden. Vanwege de geografische verspreiding en de bereikbaarheid worden video interviews steeds meer ingezet in bedrijfsprocessen. Waar men vroeger vond dat videogesprekken niet onvoldoende intimiteit tussen mensen creëerde, ondervindt men tegenwoordig ook de voordelen van videogesprekken. Volgens Dricus Prins is het zaak een balans te vinden in tijd (bereikbaarheid) en intimiteit. Hij ziet de voordelen van videogesprekken ook vooral in netwerkorganisaties waar veel kennis aanwezig is, maar waar het delen van kennis moeizaam gaat.
Videoconsults zijn in de zorgeconomie nu al mogelijk. Opvallend is dat videoconsults erg goed ontvangen worden door gebruikers. Velen vinden het een positieve ervaring en het wordt snel geaccepteerd. Deze hoge acceptatiegraad komt, volgens Dricus Prins, door het profijt dat mensen halen uit deze consults. Om optimaal van de voordelen te kunnen genieten is het vervolgens wel zaak om snelheid te maken met de implementatie van videoconsults. Als wij het niet oppakken, dan zullen anderen dit doen.
Ervaringen uit de omroepwereld - Nick Ceton
Als derde en laatste spreker vertelt Nick Ceton (Business Development Manager, TechniColor) over de ervaringen uit de omroepwereld. Technicolor regelt voor de Nederlandse zenders de uitspeling van hun content (inmiddels geheel gedigitaliseerd proces) en samen met Beeld en Geluid verzorgen ze het digitaal archief van media content. De overeenkomst met de medische wereld is dat het hierbij gaat om grote bestanden, die lang bewaard moeten worden maar soms met spoed opgevraagd worden. De techniek moet daarom goed werken.
De belangrijkste lessen zijn volgens Nick Ceton dat er bij een beeldarchief vooral gekeken moet worden naar hoe het gebruikt gaat worden. Daar komt bij dat het archief duurzaam moet zijn en bestanden lang bewaard moeten worden. De relatie met de storage leveranciers mag daarom niet onderschat worden.
In de aansluitende paneldiscussie onder leiding van George Freriks (dagvoorzitter van iZovator) wordt verder ingegaan op het privacy issue. Volgens Ard Leferink is dit niet zomaar op te lossen. We willen dat onze data goed beveiligd is, maar tegelijkertijd moet het ook snel beschikbaar zijn in noodgevallen. Daarnaast blijkt uit het EPD debat dat veel huisartsen, ondanks dat zij hun data regionaal mogen opslaan, er dankzij de strenge eisen toch voor kiezen om het centraal te regelen. Nick Ceton voegt hieraan toe dat er op de Erasmus Universiteit Rotterdam gestart wordt met het uitdenken van een dergelijk model waarbij de primaire storage centraal geregeld wordt en het archief lokaal. Reden hiervoor is dat specialismen toenemen (en kennis hieromheen gedeeld moet worden) en mensen steeds mobieler worden. Bovendien treden er bij centrale storage schaalvoordelen op.
George Freriks sluit de paneldiscussie af met de opmerking dat Dutch Health Hub een project zou moeten zijn waar ziekenhuizen graag gebruik van willen maken, in tegenstelling tot het EPD, dat opgelegd is.